Wide Angle: Cinema als trampoline voor maatschappelijk debat

Armand still 2
Verdieping 17 mrt 2025
Naar aanleiding van de release van de debuutfilm van Halfdan Ullman Tøndel, Armand, geeft Patrick Duynslaegher zijn mening over de film.

Aanvankelijk lijkt de Noorse film Armand perfect te passen in de trend van ethische bespiegelingen rond grensoverschrijdend gedrag, met dien verstande dat het hier gaat om een jongetje van zes dat volgens zijn ouders tot ongewenste seksuele handelingen zou overgegaan zijn met een klasgenoot. Maar in de door de school georganiseerde confrontatie tussen de ouders van de betrokken kinderen gaat het minder om het uitzoeken van wat er precies gebeurde dan om het proces van de volwassenen. Het opgeblazen incident van seksueel getinte spelletjes tussen twee kinderen, is voor de regisseur het alibi om de duistere geheimen in het leven van de ouders te fileren. Van een verbaal duel over de ethische en morele kanten van het schandaal evolueert Armand tot een somber psychodrama vol gekwelde zielen, wat gezien de afkomst van de regisseur niet zo verbazingwekkend is. De appel valt inderdaad niet ver van de boom: regisseur Halfdan Ullmann Tøndel, die met Armand zijn eerste lange speelfilm regisseert, is de kleinzoon van de Noorse actrice Liv Ullmann en Zweden beroemdste filmmaker Ingmar Bergman.

De vijfendertigjarige Ullmann Tøndel kent trouwens zijn klassiekers: het openingsshot van een auto die in het bos verdwijnt, verwijst naar Kubricks The Shining (1980). Maar in plaats van een leeg en bezeten hotel, krijgen we een oubollige Noorse lagere school die in de beginscènes vanuit alle hoeken en kanten verkend wordt. De camera rijdt door de gangen, houdt stil bij de klaslokalen, de toiletten, toont kindertekeningen en klasfoto’s die soms minder onschuldig zijn dan we aanvankelijk vermoeden.

De vrouw die zich met haar wagen een weg baande door het bos is Elisabeth (Renate Reinsve). Ze werd door de schooldirectie gesommeerd om meer te weten te komen over het incident tussen haar zoontje Armand en zijn klaskameraadje Jon. Aangekomen op de lagere school die er tijdens het begin van de vakantie verlaten bijligt, ontdekt de alleenstaande moeder dat ook de ouders van het vermeende slachtoffer al ter plaatse zijn. Dit echtpaar, Sarah en Anders (Ellen Dorrit Petersen en Endre Hellestveit) stelt zich meteen vijandig op. Het gesprek zal geleid worden door Sunna (Thea Lambrechts Vaulen), een jonge lerares die helemaal niet vertrouwd is met zulke delicate kwesties en geen zinnig antwoord krijgt als ze de directeur Jarle (Oystein Roger) naar de procedure vraagt bij zulke situaties. Maar algauw wordt ze vervoegd door twee directieleden, de directeur en vertrouwenspersoon Ajsa (Vera Veijovic) die last heeft van een bloedneus, een irritant theatraal effectje waar de filmmaker maar niet genoeg van krijgt.

De camera vat aandachtig elk detail op de gezichten maar ook in de lichaamstaal van het zestal terwijl er uitgerekend in een klaslokaal fel gedebatteerd en geruzied wordt. Eerst over de ware toedracht van de feiten (die we nooit te zien krijgen en nooit achterhaald worden), dan over de verantwoordelijkheid van de ouders voor het verontrustend gedrag van hun kinderen. De onrust nog versterkt door een defect in het alarmsysteem waardoor je voortdurend loeiende sirenes hoort. De cineast weet goed hoe hij tot in de kleinste details een gevoel van onwennigheid moet oproepen. Denk maar aan de scène waarin de oudere directeur vluchtig zijn hand op de schouder legt van de onervaren lerares en je in haar oogopslag een lichte huivering ziet, zonder dat daar later verder wordt op ingegaan. In zijn aaneenschakeling van zulke kleine momenten vol gêne, verontwaardiging, wantrouwen en afgunst, is Armand indringend en intrigerend.

Net als in Roman Polanski’s Carnage (2011), ook een film waarin ouders kibbelen over het foute gedrag van hun kroost, krijgen we de kinderen waar het allemaal om begonnen is nooit te zien. Maar bij Polanski, die zijn film baseerde op een gevierd toneelstuk van Yasmina Reza, brak het verhaal nooit los uit zijn dwingend huis clos. Ullmann Tøndel gaat anders te werk. Terwijl de gesprekken in de besloten ruimte van het klaslokaal in een conventioneel realistische vorm gegoten worden, sluipt er geleidelijk een andere dimensie in de film, komen we terecht in bedrieglijke flashbacks, pijnlijke herinneringen en dubbelzinnige relaties bij personages die we dachten te kennen en over wie we al voorbarig een oordeel hadden geveld. Elisabeths hysterische lachuitbarsting waar maar geen eind aan komt, is de scène waarin de realistische toonzetting overgaat in een zo niet compleet irreële, dan toch lichtelijk imaginaire sfeer. Jammer dat de regisseur niet de juiste timing vindt om te vermijden dat de irritatie van de mensen rondom Elisabeth overslaat op de toeschouwer in de zaal. Je vraagt je ook af in hoeverre het soms bizarre gedrag van de gevallen actrice Elisabeth, ooit een ware diva, verwijst naar de harde vrouwenportretten van opa Bergman (en minder naar oma Ullmann, immer een toonbeeld van een actrice met beide voeten op de grond).

In de tweede helft van de film wordt Armand helemaal iets anders dan een film die enkel interessant is voor wie cinema niet als een einddoel beschouwt maar als een trampoline voor een maatschappelijk debat rond een of ander heet hangijzer. We belanden pardoes in de diepste psychische roerselen en frustraties van de personages, gekristalliseerd in de figuur van de geheimzinnige Thomas die de sleutel is voor de link tussen Elisabeth en Sarah en wiens zelfmoord nog altijd taboe blijft. Blijkt dat ook de ouders op deze school hun kindertijd sleten, waar de oude klasfoto’s aan de muren blijvend aan herinneren (het citaat naar The Shining was dan toch niet gratuit; ook de school is net als het Overlook Hotel een labyrintisch spookhuis).

Maar we krijgen ook rare dansnummertjes, zoals Elisabeth die plotseling een jazzy pas de deux ten beste geeft waarin ze zichzelf bij de haren sleurt, daarbij vergezeld door de poetsman (Patrice Demoniere, de enige gekleurde medemens in de film) die zijn borstel hanteert als een attribuut in een Fred Astaire musical. Nog onwaarschijnlijker is de scène waarin Elizabeth in een orgiastische choreografie met andere lichamen, vooral vrouwelijke, van een oudergroep verstrengeld raakt en het aanraken en strelen muteert in een suggestieve SM-agressie. En wat gedacht over de zondvloedachtige climax waarin personages die veelvuldig de handen wassen, nu in een louterende regenval verlossing vinden?

Nog een laatste pluspunt van de film: de rijkelijk gevarieerde soundtrack, gaande van de nieuwe score van Ella Van Der Woude (met veel percussie, drums, cello maar ook een vleugje modular synth) en bestaande muziek, van Eternity and a Day: By the Sea van Eleni Karaindrou tot de protestsong Zombie-Zombie van de Cranberries.

Patrick Duynslaegher

Patrick Duynslaegher

Van 1972 tot 2011 was Patrick Duynslaegher filmcriticus voor Knack magazine, waar hij van 2001 tot 2011 hoofdredacteur was. Van 2011 tot 2018 was hij artistiek directeur van Film Fest Gent. Hij schreef onder meer voor Sight & Sound, the International Film Guide, Variety en Vrij Nederland. Hij is de auteur van vier boeken, een over André Delvaux’s ‘Woman in a Twilight Garden’, een verzameling reviews, een overzicht van 100 jaar cinema in reviews en een kritische studie over het werk van Martin Scorsese.