Wide Angle: Close-ups à la Bergman

Armand still
Video essay 17 mrt 2025
Is filmtalent genetisch overdraagbaar? Bij gebrek aan wetenschappelijk onderzoek moeten we terugvallen op anekdotisch bewijsmateriaal. Maar dat biedt geen sluitend antwoord: er zijn evenveel voorbeelden die de stelling lijken te bevestigen (Sofia Coppola, Rob Reiner, Samira Makhmalbaf) als er tegenvoorbeelden zijn (Jennifer Lynch, of zo goed als elke zoon van Ridley Scott). Wie je niet hoeft te overtuigen van het concept van erfelijk talent, zijn filmjournalisten. Probeer maar eens een artikel te vinden over Armand (2024) waarin niét vermeld wordt dat regisseur Halfdan Ullmann Tøndel de kleinzoon is van cinemacoryfeeën Ingmar Bergman en Liv Ullmann. Elke bespreking haalt die stamboom erbij, als waren filmrecensies de artistieke pendant van de royalty rubriek.

Maar goed. Ook als filmtalent niet doorgegeven wordt van generatie op generatie, dan kunnen we ervan uitgaan dat Ullmann Tøndel, als afstammeling van twee grootheden van de Europese film, het werk van zijn voorouders kent. En dat hij zich in zijn eigen filmwerk daartoe verhoudt – door hun voorbeeld na te volgen, of door er zich tegen af te zetten.

De video essays hieronder belichten elk één aspect van het artistieke vakmanschap van Bergman en Ullmann. Ze behandelen fascinaties en filmtechnieken, motieven en modi operandi. Het zijn stuk voor stuk elementen die ook opduiken in Armand: soms expliciet, soms stiekem.

Het gezicht als landschap

“Niets in de wereld valt te vergelijken met het menselijk gezicht. Het is een landschap dat men nooit moe wordt te verkennen,” schreef de Deense regisseur Carl Theodor Dreyer. Zijn eigen klassieker La Passion de Jeanne d'Arc (1928) is waarschijnlijk het allerbeste voorbeeld hiervan, maar ook zowat de hele filmografie van zijn Zweedse buurman Bergman onderschrijft deze stelling. Dat viel ook verschillende video essayisten op.

Nicolas Longinotti compileert in Ingmar Bergman Close-ups een hele reeks beeldvullende beeltenissen. Zijn korte maar elegante supercut put uit een dik dozijn films van deze grootmeester van de detailopname. Longinotti vestigt tegelijk de aandacht op de verschillende visuele strategieën die Bergman hanteert bij zijn close-ups.

Ook The Director Who Mastered The Art of Filming Faces gebruikt het aangezicht als poort naar de poëtica van Bergman. Thomas Flight heeft daarbij vooral oog voor de creatieve mise-en-scène van de Zweed. Zelfs in close-ups (een shotgroottte die letterlijk niet veel beweegruimte biedt) vindt Bergman unieke manieren om het gezicht te positioneren, te belichten of aan te kleden. Wanneer hij meerdere gezichten in één shot samenbrengt, serveert hij uitgekiende composities van karakterkoppen.

De vrouw als eerste viool

Eén van de gezichten waar Ingmar Bergman het vaakst op focuste was dat van Liv Ullmann. Tien films lang was ze zijn schermmuze en vijf jaar lang zijn partner. “Mijn Stradivarius”, zo noemde Bergman haar ooit. Ook in de meer dan dertig langspeelfilms die hij zonder Ullman maakte, spelen vrouwelijke personages vaak de eerste viool.

Toch is de verhouding van Bergman met zijn leading ladies ambigu, zo stelt Leigh Singer in de inleiding op Women on a Bergman Screen. Want wanneer hij Ullman complimenteert als een fijnbesnaard instrument, impliceert dat dan niet dat hij zichzelf als virtuoos muzikant ziet? Dat hij degene is die muziek tevoorschijn tovert uit dat passieve instrument? Bovendien zijn er ook bedenkingen te maken bij ’s mans affaires met zijn actrices. Daarom probeert Singer in zijn evocatief video essay de actrices los te zingen van hun regisseur. Hij benadrukt hun status als autonoom performer: met behulp van slim gekozen en geplaatste filmreplieken worden personages en actrices één, en krijgen ze een daadkracht die de mannelijke scheppingsdrang van Bergman overstijgt.

Dromen in het donker van de cinemazaal

Bergman is lang niet de enige regisseur die gewezen heeft op de oneïrische kwaliteiten van het filmmedium. Hij gebruikte zijn eigen dromen als inspiratie en heel wat van zijn films leunen dichter aan bij droom dan bij realiteit. In Bergman’s Dreams passeren een paar voor de hand liggende voorbeelden de revue, zoals de uitgesponnen droomsequentie in Smultronstället (1957) of de nachtmerrie die Vargtimmen (1968) is. Maar Michael Koresky wijst in dit video essay ook op de alomtegenwoordige dromerigheid in heel wat andere films. Bergmans verhalen en personages staan vaak met één been in de realiteit en het ander in de droom: wijdbeens slaan ze de brug tussen onderbewuste en bewustzijn.

Lang aangehouden close-ups en ingenieuze opstellingen van meerdere gezichten. Een onvoorwaardelijke overgave aan de vertolking van de hoofdactrice, aangevuld met sterke vrouwelijke nevenrollen. Meerdere scènes die de realiteit een voetje lichten. Dat alles zal je in Armand vinden. Maar of dat aan het DNA van Halfdan Ullmann Tøndel ligt?

Filmscalpel twitter logo

Filmscalpel

Platform en website die aandacht geeft aan het format van het video-essay, gecureerd door David Verdeure.

filmscalpel.com