Wide Angle: Karaktermoord in het klaslokaal

Armand still 3
Verdieping 17 mrt 2025

Karaktermoord in het klaslokaal

door Michaël Van Remoortere



Leerkrachten zijn een soort soldaten zonder wapens. Als ambtenaren staan ze in de frontlinie van de taken die een overheid voor haar burgers op zich heeft genomen, maar in de praktijk kunnen ze op weinig steun en nog minder middelen terugvallen wanneer ze door diezelfde burgers worden aangevallen. Een en ander wordt nog verder bemoeilijkt door het feit dat bijna niemand zich nog als burger lijkt te beschouwen, maar volop het predicaat consument omarmd heeft, waardoor leerkracht en ouder vaak lijnrecht tegenover elkaar komen te staan met tegengestelde belangen. Waar de ouder in zekere zin een toelatingsbewijs voor het kind probeert te kopen, zodat het succesvol kan deelnemen aan de maatschappij waarin het geboren wordt, hoopt de idealistische leerkracht de vorming te geven die het kind in staat zal stellen als burger kritisch tegenover diezelfde maatschappij te staan en deze, indien nodig — en is het dat niet altijd — te veranderen. Waar voor de ouder het cijfer het belangrijkste lijkt, is dat voor de leerkracht de vraag of aan dit cijfer een mate van kennis of vaardigheid beantwoordt. De voorstelling van deze tweespalt is wellicht lichtjes overdreven, maar toont ons wel meteen de vruchtbare voedingsbodem die het onderwijs dramatisch gezien te bieden heeft.

Armand (2024) van de Noorse regisseur Halfdan Ullmann Tøndel plaatst zich in een rijtje van recente klaslokaalfilms zoals het Duitse Das Lehrerzimmer (İlker Çatak, 2023) en het Belgische Amal (Jawad Rhalib, 2024). Het moge opvallen dat die laatste twee films gemaakt zijn door regisseurs met een migratieachtergrond en dat beide dan ook vrij expliciet de botsingen en wrijvingen van een multiculturele samenleving thematiseren. We zijn ver verwijderd van het optimisme van het destijds met de Gouden Palm bekroonde Entre les murs (2008) van Laurent Cantet. Armand verschilt van deze drie films door het enerzijds over andere thema’s te willen hebben en anderzijds zich wel in een klaslokaal af te spelen, maar de kinderen met wie deze ruimte het leeuwendeel van de tijd gevuld moet zijn nadrukkelijk nauwelijks in beeld te brengen.

Het drama van deze film ontvouwt zich volledig over de hoofden van de kinderen heen, tussen de volwassenen die voor hen verantwoordelijk zijn. En verantwoordelijkheid ligt aan de basis van het conflict in kwestie. De reden waarom het vaak zo aantrekkelijk lijkt om de problemen waarmee de maatschappij worstelt tussen kinderen te dramatiseren is omdat kinderen niet de verantwoordelijkheid hebben of zelfs maar kunnen dragen voor deze problemen. Ze kunnen er politiek gezien niets aan doen. Dit zorgt ervoor dat de regisseur zich volledig op het morele aspect van de zaken kan toespitsen, waardoor het verhaal zich veelal laat versimpelen tot een ‘juist dan wel goed’-kwestie. Zelfs wanneer er gekozen wordt voor het tegenwoordig zo hippe passe-partout van de morele ambiguïteit. Wat gewonnen wordt aan duidelijkheid, verliest men dan uiteraard aan complexiteit. Moraal en politiek worden al te vaak met elkaar verward. De zaken van het hart zijn echter vaak duidelijker dan de wegen van de wereld. Het is trouwens de onmogelijkheid van de ouders om enige verantwoordelijkheid op te nemen die ertoe leidt dat de problemen doorgeschoven worden naar de kinderen.

Als Armand ergens in slaagt, is het wel in het reproduceren van het taaltje dat heden ten dage gebezigd wordt om maar niemand voor het hoofd te stoten en dus ook niemand verantwoordelijkheid op te laten nemen. Het merendeel van de film speelt zich af gedurende een inderhaast bijeengeroepen oudercontact waar een incident besproken moet worden dat zich vlak voor de zomervakantie tussen twee kinderen heeft voorgedaan. Welk incident? Dat wil niet helemaal duidelijk worden. Omdat we vooralsnog niets mogen aannemen en omdat we dan ook vooral niets willen benoemen. Niet alleen omdat we kinderen niet kunnen vertrouwen, maar vooral omdat we niemand voor het hoofd willen stoten. Wanneer er dus niet gepraat mag worden over wat er zich al dan niet voorgedaan zou kunnen hebben, waar moeten we dan over praten? Alles wat men in de rechtspleging indirecte bewijzen pleegt te noemen.

Mensen met kinderen zullen er niet voor terugdeinzen hun nageslacht in te zetten om iemand kapot te maken. Via karaktermoord dan wel andersoortige lynchpartijen. En dat is wat er zich gedurende het oudercontact wil voltrekken: het botvieren van wraakgevoelens op een ander middels de kinderen. De moeder van het kind dat we — ondanks dat we nog altijd niet zeker weten wat er gebeurd kan zijn — het slachtoffer kunnen noemen, heeft overduidelijk haar zinnen gezet op de alleenstaande moeder van het kind dat we dader kunnen noemen. De verbetenheid waarmee de ene de andere de losbandige levensstijl van een succesvolle actrice blijft verwijten en het gedrag van het zoontje binnen deze context probeert te framen, heeft nauwelijks nog iets van doen met de feiten die zich al dan niet hebben voorgedaan. Dat is de wraak van de norm op al wat zich erbuiten ophoudt.

Dit is namelijk de politieke functie die vaak aan de vermeende onschuld van kinderen gegeven wordt: het bestendigen van de norm door die als de beschermer van het kind voor te stellen. Wat valt er in te brengen tegen datgene wat uit naam van het welzijn van de kinderen lijkt te spreken. (Vrij veel, wanneer je bereid bent te erkennen dat niet alles in het leven rond kinderen draait.) Hier wordt namelijk een beroep gedaan op een aloud (edoch slechts vrij recent ideologisch in het leven geroepen) natuurrecht waaraan niet te tornen valt, namelijk dat kinderen het belangrijkste — en in een steeds instabieler wordende wereld misschien ook wel enig overgebleven — bezit van de ouders zijn. Deze bezitsrelatie is een tweesnijdend zwaard dat ouders het recht geeft om enerzijds het kind in kwestie eender wat aan te doen en anderzijds eender wie in naam van dit kind aan te vallen. Deze hele dynamiek wordt vooral in de strakke eerste helft van Armand met niet onmiskenbaar plezier ten tonele gevoerd door de acteurs en de handheld camera die er als een balorige mug plezier in schept de arena waarin speldenprikjes en kopstoten uitgedeeld worden treiterig te omcirkelen.

Want Armand heeft wel wat weg van een toneelstuk. Door de enkele locatie en de opbouw van dramatische scènes die door meer meditatieve rook- en plaspauzes worden afgewisseld. De Pina-Bausch-van-de-Aldi-achtige dansintermezzo’s doen eerder afbreuk aan het tempo en maken van wat een scherp 90 minutendrama had kunnen zijn een nogal logge twee uur. De theatersfeer wordt ook bevestigd wanneer naar het einde toe een koor zijn opwachting maakt in de vorm van de leraren en ouders van de schoolraad. Hun fluctuerende (publieke) opinie geeft een nieuwe impuls aan het conflict doordat de ouders zich hier nu ook nog toe dienen te verhouden. Zodoende wordt duidelijk dat het steeds minder belangrijk is wat er eigenlijk gebeurd zou (kunnen) zijn tussen beide kinderen, maar dat de perceptie van de vermeende feiten (of van de feiten die zich hadden kunnen voordoen) het enige is wat nog telt. Een heel moderne film in deze zin. Eigentijds. Het enige waar wij volgens Armand nog op kunnen hopen, is dat de publieke opinie zich in ons voordeel keert zonder dat ze zich ook maar iets van de feiten aantrekt. Ullmann Tøndel presenteert ons dit als een happy ending maar lijkt goed te weten dat dit slechts een pyrrusoverwinning kan zijn. Net als de feiten zullen ook wij weer morgen alleen in de kou staan.

Logo Fantômas

Fantômas

Deze tekst kwam tot stand in samenwerking met Fantômas.

Fantômas is een platform voor onafhankelijke filmkritiek dat reflecteert op een verscheidenheid aan filmculturen in België en daarbuiten. Het is een plek om je te verwonderen en te verdiepen in de wereld van film, je te laten verrassen door nieuwe vormen en contexten, en je te spiegelen aan interessante meningen en stemmen.

Fantomas.be